Jeep geeft een kijkje in de keuken
"Laat ik het maar doen, het kost niks!"
Mijn naam is Jeep van der Mark, oud boekhandelaar, en toen ik in 2007 mijn winkel verkocht ben ik op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Om iets voor anderen te betekenen, maar ook om zelf 'onder de mensen' te blijven. Via Vitis Welzijn ben ik nu alweer 14 jaar maatje voor mannen met (beginnende) alzheimer. In al die jaren mocht ik met verschillende mannen én hun mantelzorgers, meestal hun vrouw, een poosje meelopen. Natuurlijk is het eerst even wennen aan elkaar, maar meestal klikt het al snel tussen mij en mijn maatje. We spreken dan een vaste middag af dat ik met mijn maat iets ga ondernemen, zodat de mantelzorger ook eens vrij is.
Vaak gaan we met de auto ergens heen om te wandelen, een terrasje te pakken, of iets te bezoeken, zoals de Maaslandkering en het Westlands Museum. Bij regenachtig weer blijven we thuis en doen dan een spelletje, of we bekijken fotoalbums. Mijn ervaring is dat deze mensen vaak met een praatje bij een kopje koffie ook al tevreden zijn. Aandacht geven is belangrijk en voor hen even iets anders dan de dagelijkse sleur.
Hieronder geef ik een voorbeeld van hoe de eerste kennismaking kan verlopen en hoe ik met mijn maat op stap ga. Ik hoop dat het je stimuleert om ook de stap te zetten om iets te kunnen betekenen voor een ander. Het is misschien een cliché, maar je geeft iets en je krijgt er heel veel voor terug. Ik doe dit mooie vrijwilligerswerk met veel genoegen en hoop het nog lang vol te houden.
-------------
Via Vitis Welzijn was ik gekoppeld aan Maarten*, een man van 80. Een oud-tuinder, die met zijn vrouw in het dorp is gaan wonen. Mijn eerste kennismaking verloopt goed. Maarten is een rustige, gemoedelijke man, een heel ander type dan Bram. Hij heeft vroeger o.a. meloenen, tomaten en paprika's gekweekt en nog steeds is hij er trots op dat hij van die prachtige meloenen had.
'Op de veiling vonden ze mijn eh... eh...', hij kijkt zijn vrouw een tikkeltje wanhopig aan. 'Oogmeloenen', antwoordt Bets, zijn vrouw. 'O ja, oogmeloenen! Ze brachten geld in 't laadje... ja, het laadje...' Hij zit opeens diep in gedachten naar het salontafeltje te kijken. Bets kijkt naar mij met een blik van verstandhouding. Ik heb begrepen dat zij haar man al een paar jaar uit de wind houdt. De ontkenningsfase is nu wel voorbij, maar het woord 'alzheimer' wil ze niet horen. Het is een aardige vrouw die veel moeite heeft met Maartens achteruitgang. We praten verder over de tuin en het gezin. Eén van de zonen heeft de tuin, op een andere plek, voortgezet en daar zijn ze blij mee. En we praten over de moeilijke tijd die ze nu meemaken. 'Ik ben 16 kilo afgevallen', zegt Bets, 'maar ik wil zo graag alles nog zelf doen. Om dat uit handen te geven valt niet mee.' Dat had ik al gehoord en ik vertel hen dat het de bedoeling is dat ik met Maarten een middagje ga wandelen, of een autoritje ga maken en dat ik hem weer heelhuids af zal leveren.' Maarten zit me aandachtig aan te kijken als ik voorstel om aanstaande dinsdagmiddag met hem op pad te gaan. Hij kijkt zijn vrouw aan. Het lijkt of hij met zijn ogen om toestemming vraagt. Bets zucht een paar keer diep. Ik zie haar worstelen met het dilemma. Een middagje vrij is natuurlijk heel fijn, maar om haar man met die vreemde snuiter mee te geven... Maar als ik vertel over mijn ervaring met mijn vorige maatjes en dat ik het graag voor haar en Maarten doe, wordt ze rustiger. Maarten voelt de situatie goed aan als hij opeens zegt: 'Laat ik het maar doen, het kost niks!' We lachen alle drie om die opmerking en de ban lijkt gebroken. Bets legt zich erbij neer en Maarten zit er ontspannen bij. 'Het is zo'n lieve man,' zegt ze. En ze streelt hem over zijn arm. Als ik even later bij de voordeur afscheid neem van Bets zegt ze het nog een keer. 'Het is zo'n lieverd... en die humor van hem... dat had hij vroeger ook. Van die droge opmerkingen. Dat is hij gelukkig nog niet kwijt.'
Ik loop naar huis en denk dat het wel zal klikken met Maarten. En met Bets natuurlijk, dat is even belangrijk.
* Niet zijn eigen naam.
****
Na Maarten maakte ik kennis met Teun*, ook een ex-tuinder, maar weer een heel andere man dan Maarten. Teun is weduwnaar en kan zich thuis, met hulp van een zorginstantie en zijn kinderen, nog goed redden.
We maken een uitstapje naar het Westlands Museum en hij loopt daar met een brede glimlach tussen de tuingereedschappen. Ik vraag hem alles over het werken in de tuin en graag geeft hij daar antwoord op. Hij herinnert zich nog veel en op de jeugdzolder daag ik hem uit voor een potje memorie. Op een lichtbak zijn 30 plaatjes verstopt en door een tik erop verschijnt er een bloemkool, een bakfiets of een lorrie. De kunst is om twee gelijke plaatjes te vinden. Kinderen zijn daar meestal goed in en ik ben benieuwd wat Teun er nog van maakt. Misschien vindt hij het helemaal niet leuk. Maar ik maak me zorgen om niets want hij begint enthousiast op de plaatjes te tikken en als hij twee gelijke heeft glimlacht hij van oor tot oor. Laat Teun maar schuiven... Buiten gekomen lopen we te genieten van het zachte najaarsweer en Teun wijst me op de bloemkolen, prei, rode bieten en ander gewas. Af en toe staat hij met zijn hoofd te schudden. 'Moet je nou eens kijken hoe het er bijstaat.' We gaan daarna wat drinken in de hal van het museum. Als we aan tafel zitten kan Teun niet nalaten commentaar te geven aan de vrijwilligster die de koffie voor ons neerzet. 'Je moet het blad over de bloemkool doen hoor,' zegt hij, 'anders worden ze bruin. En die kroten kunnen er wel uit. Die staan bijna te verrotten. En heb je die conferences gezien? Allemaal vogelvraat.' Hij zucht er van: 'Nou, veel opbrengen zal dat niet meer!' De dame van de catering lacht maar wat en ik geef haar een knipoog. Ze kijkt Teun eens aan, ziet een aardige oude man die het tuinen nog niet verleerd is en geeft als commentaar: 'Ach mijnheer, het is hier een museum moet u maar denken. Dat mag wel een beetje verpieteren. Maar ik zal het doorgeven hoor.'
Teun knikt. 'Als je het maar weet.'
Bij de deur bedankt hij me voor het uitstapje met zijn geijkte opmerking: 'We hebben ons weer goed vermaakt en volgende week zien we wel weer.'
Zo is het Teun.
* Niet zijn echte naam.
Rosalie en Imke
Vriendinnen Rosalie Molenaar en Imke van Geest zijn vrijwilligers bij Kids & Koffie in ’s-Gravenzande. Twee keer per maand komen ouders van jonge kinderen gezellig met hun kroost bij elkaar om ontspannen koffie te drinken, opvoedtips uit te wisselen en te leren van gastsprekers. “Er kwam eens een verpleegkundige van het consultatiebureau langs om te vertellen over peuterpuberbuien. Daar heb ik toen ook veel van opgestoken.”
Lees het verhaal